6. DE ZORG VOOR DE KINDEREN

6.1   Aannamebeleid

De opvang van nieuwe leerlingen in de school

Als een kind drie jaar is, gaan de ouders/verzorgers zich meestal oriënteren op de basisschool. Zij maken dan een afspraak met de directie en er volgt een afspraak voor een eerste gesprek. Tijdens dit gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde:

De levensbeschouwelijke identiteit van de school
De onderwijskundige uitgangspunten van de school
De schoolgids van de school
Vragen van de ouders en evt. van het kind

Ook wordt er met de directeur een algemene rondleiding door het schoolgebouw gemaakt om “de sfeer van de school te proeven” en ontvangt de ouder een informatiepakket over de school. Wanneer de ouders hebben besloten hun kind op onze school op te geven wordt het inschrijfformulier ingevuld met de relevante gegevens.

Wanneer de ouders het formulier invullen moeten ze dit tekenen en gaan zij tevens akkoord met de grondslag en doelstelling van de school. 

Wanneer tijdens het kennismakingsgesprek blijkt dat de leerling extra zorg nodig heeft, kan de directie besluiten om eerst een aantal tests af te laten nemen alvorens de leerling definitief in te schrijven. 

Nieuwe leerlingen kunnen voor hun vierde verjaardag 5 dagdelen komen wennen. Dit gebeurt in overleg met de groepsleerkracht. Het ingeschreven kind ontvangt hiervoor een uitnodigingskaart. De leerkrachten van de kleutergroepen besteden ruim tijd aan deze nieuwkomers om hen zo snel mogelijk aan het schoolgaan te laten wennen. 

Tussentijdse (leerplichtige) leerlingen

Bij nieuwe leerlingen afkomstig van een andere school wordt eveneens bovenstaande procedure gehanteerd. De ouders wordt gevraagd of zij de directie van de vorige school op de hoogte hebben gesteld van hun voornemen om hun kind van school te halen. Wanneer zij aangeven dat de directie van de vorige school op de hoogte is wordt een afspraak gemaakt. Tijdens dit gesprek wordt geïnformeerd naar de reden van de schoolwisseling. Na dit gesprek zal altijd contact opgenomen worden met de vorige school van de leerling en zal gevraagd worden naar de oorzaak van evt. problemen, leervorderingen, toetsgegevens, eventuele onderzoeken die gedaan zijn, etc. De leerkracht bij wie het kind in eerste instantie in de klas zou kunnen komen, denkt in de eerste lijn mee. De uiteindelijke beslissing of een kind komt, wordt in de teamvergaderingen genomen. De stem van de leerkracht waar het kind bij in de klas komt weegt zwaar.
Hierna besluiten we wel of niet tot inschrijving over te gaan en op welk tijdstip. Dit gaat in overleg met de ouder/verzorgers en de vorige school van deze leerling.

Leerlingen van een Speciale School voor Basisonderwijs (SSBO) of andere school voor Speciaal Onderwijs (SO) die teruggeplaatst worden binnen het reguliere basisonderwijs.

Leerlingen, komend van een SSBO school, die door de Permanente Commissie voor Leerlingenzorg (PCL) bij beschikking naar een regulier school voor basisonderwijs worden verwezen, worden ingeschreven mits aan de zorg in de gevraagde groep voldaan kan worden overeenkomstig het protocol "Aannamebeleid zorgkinderen".

Leerlingen met een beperking (visueel gehandicapten, auditief gehandicapten, verstandelijk, lichamelijk en meervoudig gehandicapten, langdurig zieken en kinderen met psychiatrische stoornissen en ernstige gedragsproblemen.

Leerlingen met beperkingen, die tevens een indicatiestelling hebben gekregen van de Commissie van Indicatie (CVI) met daaraan gekoppeld een Leerling Gebonden Financiering (LGF), kunnen ook ingeschreven worden. Ook voor deze doelgroep geldt: Mits aan de zorg in de gevraagde groep voldaan kan worden overeenkomstig het protocol "Aanname beleid zorgkinderen".

Protocol "Aanname beleid zorgkinderen"

Ouder die hun met een speciale hulp- of zorgbehoefte willen aanmelden op onze school melden zich bij de directie en maken een afspraak voor een kennismakingsgesprek met de directie en IB-er, al dan niet gevolg door een intakegesprek en het invullen van het inschrijfformulier.

Tijdens de intakeprocedure komen in ieder geval aan de orde:

de personalia die relevant zijn bij de inschrijving
de vraag of ouders ook op een andere school hebben ingeschreven.
de vraag of ouders hun kind ook hebben aangemeld bij de PCL of CVI.
de vraag naar specifieke kenmerken van hun kind waar de school rekening mee moet houden.

Wanneer het gaat om een leerling die speciale hulp of zorg behoeft, waaraan de school adequaat kan voldoen, dan wordt zij/hij na ondertekening met "aldus naar waarheid ingevuld" toegelaten.

Wanneer tijdens het intakegesprek blijkt dat het gaat om een leerling die mogelijk speciale zorg of hulp behoeft, waarvan directie en IB-er niet zeker weet of de school hieraan kan voldoen, wordt de leerling nog niet toegelaten.
Op dat moment worden de ouders op de hoogte gesteld van dit dilemma en geïnformeerd over de vervolgprocedure:
  1. De leerling mag gewoon naar school komen, zoals de andere leerlingen en wordt gezien als een gastleerling.
  2. De school verzamelt met toestemming van de ouders alle relevante gegevens met betrekking tot de hulpvraag van de leerling. Indien reeds aanmeldingsprocedures bij een PCL of CVI zijn gelopen, zijn deze gegevens voorhanden. Zijn deze procedures nog niet gelopen, maar wordt gedacht aan een indicatie of een plek in het speciaal basisonderwijs, dan begeleidt de school de ouders om de juiste stappen te ondernemen.
  3. Betreft het een leerling met een positieve PCL-beschikking, dan zal de school zich moeten beraden over de vraag of de school in staat is zonder extra middelen een antwoord te geven op de hulpvraag van de leerling.
  4. Betreft het een leerling met een negatieve PCL-beschikking en een BAO-advies, dan kan de leerling worden toegelaten. De leerling is immers getoetst aan de criteria van het samenwerkingsverband.
  5. Betreft het een leerling met een negatieve PCL-beschikking en een REC-advies, dan kan de ouders gevraagd worden hun leerling aan te melden bij de betreffende CVI. De school neemt dan pas een besluit als de CVI al dan niet een indicatie heeft gegeven.
  6. Betreft het een  leerling met  een rugzak , dan zal de school zich moeten beraden over de vraag of de school in staat is, met inachtneming van de mogelijkheden die de rugzak biedt, een antwoord te geven op de hulpvraag van de leerling.

Betreft  het situatie 2 t/m 6 en de directie en de IB-er zijn van mening  dat het voor de school of voor de betreffende leerling niet verantwoord is tot toelating over te gaan, dan bereidt hij/zij het besluit tot weigering voor en treedt in overleg met de algemeen directeur. Deze besluit namens het bestuur of de belangenafweging zorgvuldig en voldoende onderbouwd is gedaan. Als dat niet het geval is, worden vervolgafspraken gemaakt. Is dit wel het geval, dan wordt de belangenafweging schriftelijk en gemotiveerd aan de ouders bekend gemaakt en worden de ouders gewezen op de mogelijkheid van bezwaar en beroep.

In de belangenafweging kan de directeur gebruik maken van de volgende redenen:

Verstoring van de rust en veiligheid.

Bij ernstige gedragsproblematiek is het niet altijd mogelijk om binnen de reguliere setting een zodanige mate van structuur te realiseren dat van een adequate leeromgeving sprake is. In veel gevallen zullen de gedragsproblemen ook de aanleiding van de aanmelding voor indicatiestelling zijn. Daarmee is dan eigenlijk al duidelijk dat de reguliere setting in zijn mogelijkheden tekortschiet. Uiteraard moet daarbij meegenomen worden dat de basisschool, gegeven de LGF, natuurlijk wel extra middelen ontvangt om een adequate leeromgeving te realiseren.

Wisselwerking verzorging/behandeling - onderwijs

De in de reguliere setting vereiste mate van zorg (verzorging) en/of behandeling interfereert zodanig met het onderwijs dat in deze setting eigenlijk noch de zorg en behandeling, noch het onderwijs voldoende tot recht kan komen. De vraag kan dan gesteld worden of een geïntegreerde setting wel zinvol is ondanks de extra faciliteiten voor de school en de ambulante begeleiding. Van enige interferentie zal al snel sprake zijn, maar het is lastiger om op voorhand al scherp aan te kunnen geven dat er teveel interferentie zal zijn.

Verstoring van het leerproces voor de andere kinderen.

Leerlingen met een handicap vragen (net als andere zorgkinderen) extra aandacht van de leerkracht. Dit zou nadelig kunnen uitpakken voor de reguliere leerlingen. Het thema van de aandachtverdeling en de effectieve leertijd geldt ook in een volstrekt reguliere setting. Een zekere mate van interferentie wordt politiek maatschappelijk aanvaardbaar geacht; het is immers de wettelijke opdracht aan het basisonderwijs om om te gaan met verschillen. De vraag is wanneer in redelijkheid teveel van de basisschool wordt gevraagd. Bedenk wel dat de school extra gefaciliteerd wordt en verder zal het niet altijd zo zijn dat de leerling met een handicap permanent geïntegreerd in de groep zit.

Als ouders gebruik maken van de mogelijkheid tot bezwaar en beroep, dan heeft de school zich neer te leggen bij het besluit van de uitvoerende rechtspersoon.

6.2   Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school

Leerlingenzorg begint met het accepteren van verschillen tussen kinderen. Verschillen in gedrag, leerstijl en leertempo.

De groepsleerkracht signaleert, d.m.v. observaties en/of toetsen, kinderen die in een groep achterblijven of juist sneller gaan. Buiten de normale methodegebonden toetsen om, nemen we een aantal malen per jaar een extra toets af voor spelling, rekenen, lezen, sociaal emotionele ontwikkeling  en werkhouding. Op deze manier kunnen we de leervorderingen optimaal in de gaten houden en direct ingrijpen daar waar nodig is.

Onze intern begeleider (IB’er) zorgt ervoor dat de toetsen op tijd worden afgenomen en neemt, indien noodzakelijk, speciale toetsen af. Zij bespreekt de toetsresultaten met de leerkrachten en helpt de leerkrachten bij het maken van aparte programma’s voor de kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning vindt zoveel mogelijk in de eigen groep plaats.

Leerlingen dossiers betreffende de vorderingen en hulp aan leerlingen staan achter slot en grendel en zijn toegankelijk voor teamleden en in te zien door de eigen ouder.

De verkregen gegevens uit de toetsen worden vastgelegd in de computer, zodat wij als leerkrachten gedurende de hele schoolloopbaan een duidelijk overzicht hebben van de vorderingen.

De ouders van de kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen inzicht in de schoolvorderingen d.m.v. een schoolverslag / rapport. Dit gebeurt drie maal per jaar. Twee keer per jaar wordt u in de gelegenheid gesteld over het verslag / rapport te komen praten tijdens een 10-minutengesprek. Het derde rapport kunt u met uw kind komen ophalen tijdens de instuif aan het eind van het schooljaar.

De groepen 1 en 2 krijgen uiteraard nog geen rapport / verslag, maar er vinden wel 10-minuten gesprekken plaats.

6.3   De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs

Aan het begin van groep 8 wordt door de schoolbegeleidingsdienst de NIO-tets, de PMTK-test en het drempelonderzoek afgenomen. Voorafgaand aan de testafname, worden de ouders hierover ingelicht. Deze testen geven een indicatie voor welke vorm van vervolgonderwijs de leerling in aanmerking komt. Voor deze testen is de toestemming van de ouders noodzakelijk. Naast deze testen wordt ook de CITO-entreetoets afgenomen(eindgroep 7).

In groep 8 worden de resultaten van deze onderzoeken met de ouders doorgesproken en wordt een aantal schooladviesgesprekken gevoerd. Aan de hand van de behaalde testresultaten en niet te vergeten de behaalde schoolvorderingen vindt dan een uiteindelijk advies plaats.

6.4   De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

De meeste kinderen zullen de basisschool in 8 jaar tijd kunnen afronden. Er zijn echter omstandigheden denkbaar, waardoor het ons beter lijkt hiervan af te wijken.

Te denken valt aan een kind uit groep 2 dat nog niet toe is aan het leren lezen en rekenen en dat beter nog een jaar langer kan ‘kleuteren’. Of een kind dat in een bepaald leerjaar de stof niet goed kan volgen of voor wie het tempo te hoog ligt. In dat geval kunnen we overwegen hem / haar een extra jaar te geven.

Maar het kan ook voorkomen dat een kind twee schooljaren in één jaar doet (denk hierbij aan hoogbegaafde kinderen).

Wanneer kinderen, op welke manier ook, extra begeleiding en ondersteuning nodig hebben dan vindt deze zoveel mogelijk onder schooltijd plaats.

Uiteraard zal elke beslissing aangaande het kind met de toestemming van en in overleg met de ouders genomen worden.

De contacten met de ouders van leerlingen die leer -en ontwikkelingsproblemen hebben, gaan als volgt:

Uitgangspunt is altijd mondeling contact met de ouders over de gesignaleerde problemen in een zo vroeg mogelijk stadium.
Ouders worden geïnformeerd bij nader diagnostisch onderzoek door de I.B.er.
Ouders worden nader geïnformeerd en geven schriftelijk toestemming voor nader onderzoek door een extern deskundige, in de meeste gevallen door de schoolbegeleider van de OBD.
Ouders worden tijdig geïnformeerd en waar nodig actief betrokken bij de speciale leerlingenbegeleiding op school. Zij ondertekenen de handelingsplannen van hun kind.
Ouders worden begeleid bij eventuele verwijzing naar de school voor speciaal basisonderwijs.

6.5   De onderwijsbegeleidingsdienst (OBD)

Bij grote of hardnekkige leer- en/of gedragsproblemen kunnen we besluiten een onderzoek te laten uitvoeren door een deskundige van buiten de school. Meestal is dit een psycholoog of pedagoog van de OBD.

6.6   Logopedie

Op onze school wordt de logopedische hulp verleend door een logopedist van de Onderwijs Begeleidings Dienst “Noordwest", locatie Den Helder.

Kinderen van groep 2 kunnen gescreend worden.

Daarbij wordt gelet op: taal, spraak, gehoor, stem en mondgedrag. De screeningsgegevens worden met de leerkracht besproken en in onderling overleg wordt bekeken welke leerlingen voor nader onderzoek, controle of behandeling in aanmerking komen.

Ook kinderen uit andere jaargroepen kunnen op verzoek van de ouders en de leerkracht voor onderzoek aangemeld worden.

Voor onderzoek of behandeling wordt altijd toestemming van de ouders/verzorgers gevraagd. Indien nodig kunnen de ouders voor een gesprek worden uitgenodigd. Omdat het aantal kinderen, dat logopedie nodig heeft, vaak groter is dan de logopedist kan behandelen, zullen er ook kinderen op de wachtlijst worden geplaatst of worden doorverwezen naar een collega in de vrije vestiging.

De behandelingen zijn dan, indien medisch geïndiceerd, voor kosten van de ziektekostenverzekeraar of de ouders.

Voor meer informatie over logopedische hulp op school kunt u contact opnemen met de logopedist, Liesbeth Hoogeveen.

6.7   Bijzondere gymnastiek

Ieder schooljaar worden alle 5-jarige leerlingen tijdens een gymles gecontroleerd op houding en motoriek door mevr. Vera van Os-Heijtel, fysiotherapeute.

Als er bij een kind grote ontwikkelingsachterstand blijkt, is het verstandig contact op te nemen met huisarts of fysiotherapeut. Mogelijk wordt dan extra fysiotherapeutische begeleiding geadviseerd.

6.8   Doorverwijzing naar de speciale basisschool

Een enkele keer komt het voor dat een kind op onze school niet goed tot zijn/haar recht kan komen en het beter lijkt dat het doorverwezen wordt naar de speciale basisschool (SBO).

In eerste instantie zullen we zoveel mogelijk gebruik maken van de kennis en hulp vanuit het SBO om een leerling binnen onze school te kunnen houden. Dit gebeurt bijvoorbeeld door ondersteuning van een leerkracht of directe hulp aan de leerling. Deze hulp vindt zoveel mogelijk in de eigen groep plaats. Voor consultaties met het SBO over de aanpak van “zorgleerlingen” ter  voorkoming van verwijzing, evenals de procedures voor consultatie met SBO, alsmede over de aanpak van “zorgleerlingen”, in geval van terugplaatsing uit het SBO staan beschreven in het Zorgplan WSNS, dat op school aanwezig is.

In het kader van WSNS kan onze school ook een beroep doen op iemand van het SBO voor een collegiale consultatie.

Wanneer wij echter op een punt gekomen zijn dat wij vinden dat wij uw kind niet langer op een verantwoorde wijze onderwijs kunnen bieden binnen onze school, zullen wij uw toestemming vragen om advies in te winnen bij de permanente commissie leerlingenzorg (PCL) van het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS) Schagen. (Alle scholen in de gemeenten Anna Paulowna, Harenkarspel, Niedorp, Schagen, Wieringermeer en Zijpe nemen deel aan dit samenwerkingsverband.)
Wanneer de commissie adviseert uw kind aan te melden bij een speciale school voor basisonderwijs, zullen wij u aanraden dit te doen bij de speciale bassisschool "De Tender" in Schagen.

6.9   Leerlingbespreking

Binnen onze school is het bespreken van “zorgleerlingen” een belangrijk aandachtspunt.

We kennen en gebruiken:

- Leerlingbespreking binnen het team.
- Leerlingbespreking met de schoolbegeleider van de OBD.
- Leerlingbespreking met de IB-er.

6.10  De“schooldokter”

De schooldokter, ofwel de GGD (Gewestelijke Gezondheidsdienst Kop van Noord-Holland), houdt zich bezig met het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking in de Kop van Noord-Holland. Het team jeugdgezondheidszorg maakt deel uit van de GGD.

De jeugdarts houdt spreekuur in Schagen, in het gebouw van de Regionale Alarmcentrale, Boog 74.
Kinderen worden groot. In de groei naar volwassenheid maken kinderen lichamelijk en geestelijk een grote ontwikkeling door. Deze verloopt niet altijd vlekkeloos. Er kunnen kleinere of grotere problemen zijn,vaak zijn ze van tijdelijke aard. Gelukkig ontwikkelen de meeste kinderen zich goed. Als stoornissen of problemen in een vroeg stadium ontdekt worden, kan erger vaak voorkomen worden. Samen met u en de school let het team jeugdgezondheidszorg op de gezondheid, groei en ontwikkeling van uw kind.

Het programma van de GGD kan per jaar verschillen, afhankelijk van wettelijke eisen of de vraag van gemeenten.
Veelal staat onderzoek van ogen, oren, lengte en gewicht van twee jaarcohorten (geboortejaren) kinderen op het programma Deze onderzoeken worden uitgevoerd door de doktersassistente of verpleegkundige. Om een inschatting te maken of verder onderzoek door de verpleegkundige of jeugdarts wenselijk is, wordt mondeling of schriftelijk een aantal vragen gesteld aan u, uw kind en/of de leerkracht.
Indien uw kind voor een uitgebreider onderzoek in aanmerking komt, dan krijgt u hiervoor een uitnodiging.

Onderzoek op indicatie
Het komt voor dat u, de school of het consultatiebureau iets is opgevallen. Het is dan mogelijk dat uw kind wordt onderzocht door de jeugdarts. U wordt in dat geval opgeroepen voor een spreekuur op school of een GGD locatie. De doktersassistente of verpleegkundige kan uw kind naar aanleiding van een vorig onderzoek extra onderzoeken op groei, gehoor of gezichtsvermogen. Dit gebeurt meestal op school. Soms is begeleiding of advies in de thuissituatie wenselijk en kan de verpleegkundige bij u thuiskomen. Maakt u zich ongerust over uw kind, dan kunt een afspraak maken voor één van de spreekuren.

Privacy en de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst(WGBO).
Het privacy reglement van de GGD is van toepassing. Er wordt volgens de WGBO gewerkt. Dit betekent dat u recht heeft op informatie en dat u het dossier, dat van uw kind gemaakt wordt, na afspraak, kunt inzien. Ook heeft u het recht een behandeling of onderzoek te weigeren. Natuurlijk heeft de GGD ook een klachtenregeling. De GGD kondigt onderzoeken van uw kind van tevoren schriftelijk aan.

Meer informatie.
Wilt u meer weten over de jeugdgezondheidszorg en andere GGD taken, neem dan eens een kijkje op de website van de GGD: www.ggd-knh.nl 

Adres:
GGD Kop van Noord-Holland
Postadres:Postbus 324, 1740 AH Schagen
Bezoekadres:Grotewallerweg 1
 1742 NM Schagen
 0224-720620

 

G